De Wet van '78 en twee andere redenen waarom clubs hun spelers niet snel op tijdelijke werkloosheid zullen zetten

24 maart 2020 18:01

Nu de Belgische eersteklassers door de onverwachte onderbreking van de competitie hun inkomsten zien terugvallen moeten ze op zoek naar oplossingen. Besparen op spelerslonen is een van de opties en dat kan door spelers op tijdelijke werkloosheid te zetten. Maar is dat wel een goed idee?

Joseph Allijns, de voorzitter van KV Kortrijk, vertelde ons vorige week al dat het geen goede zaak zou zijn voor de groepsgeest (dat leest u HIER). Per maand zouden spelers dan maar een fractie krijgen van wat ze normaal verdienen. De Kerels zullen we dus niet snel zien overschakelen op tijdelijke werkloosheid voor hun spelers.

Een andere reden is gelinkt aan het sportieve. Als een club zijn spelers aan een werkloosheidsuitkering zetten, wil dat ook zeggen dat ze niet meer hoeven te werken. Ook geen individuele programma's meer volgen dus. Als de competitie dit seizoen dan toch nog zal hervatten, kunnen ze kampen met een flinke achterstand. Dat risico willen clubs misschien niet nemen. Toch zeker niet als er nog geen definitieve beslissing is gevallen.

Wet van '78

Een derde optie waarom clubs niet happig zijn om tijdelijke werkloosheid in te schakelen is juridisch getint. Niet dat de maatregel niet rechtsgeldig zou zijn, wel omdat spelers dan ook zouden kunnen teruggrijpen naar een juridisch instrument: de wet van '78. Dat vroeg voormalig sportadvocaat Stijn Francis, nu een makelaar, zich luidop af op Twitter.

Met de wet van 78' kunnen voetballers hun lopende contract van bepaalde duur eenzijdig verbreken. Ze kopen dan hun contract af. Het bedrag dat ze aan de club die ze verlaten moeten ophoesten staat gelijk aan het bedrag dat ze nog zouden verdienen tot aan het einde van hun contract.

 
 
 
Reacties.