"Dat lijkt me voorbarig": Mo Messoudi blijft heel erg nuchter


Foto: © photonews 07 januari 2026 10:15

De voorbereiding van Beerschot verloopt intensief op stage in Spanje. De ploeg kreeg kort rust, maar werkt nu opnieuw gericht verder. De staf ziet duidelijke vooruitgang.

Start van de winterstage

Messoudi geeft aan dat de korte pauze welkom was na een lange periode onafgebroken werk. “Niet alleen gezien de resultaten, maar ook omdat we al sinds 15 juni non-stop aan het werk zijn met de club”, klinkt het in Gazet van Antwerpen. De rustmomenten zorgden ervoor dat hij zijn hoofd even kon vrijmaken.

In Spanje is de focus opnieuw volledig op het sportieve gericht. Hij beschrijft de omstandigheden positief. “Het hotel is redelijk goed, het eten is hier goed en de velden zijn heel goed.” De trainingsomgeving laat toe om efficiënt te werken en volgens hem is de groep met goede energie aan de stage begonnen.

Groepsdynamiek en werkpunten

De staf legt tijdens deze stage de nadruk op fysieke arbeid, tactische verfijning en het versterken van de onderlinge samenhang. Messoudi benadrukt dat de spelersgroep altijd hecht is gebleven. “Ze vinden het niet erg om hier zes dagen samen te zitten en plezier te maken onder elkaar.”

Daarnaast toont hij appreciatie voor de clubleiding, die deze stage mogelijk maakte. “Ik heb mijn spelersgroep gezegd dat we er blij voor mogen zijn dat we deze kans krijgen.” Hij verwijst daarbij naar clubs die geen geschikte plannen konden realiseren.

Blessures en vooruitzicht

De stage moet ook helpen om meerdere geblesseerde spelers opnieuw richting wedstrijdritme te brengen. In december viel een aanzienlijk deel van de kern weg, wat de kwaliteit aantastte. Hij somt de afwezigen op en verduidelijkt dat de ploeg hen de voorbije weken hard miste.

Voor twee langdurig geblesseerden, Marco Weymans en Anas Haj Mohamed, blijft terugkeer voorlopig uitgesloten. Zij revalideren verder in België. “Het zou mooi zijn als we Anas Haj Mohamed in maart kunnen recupereren, maar dat lijkt me voorbarig”, besluit hij.

Bjorn Vandenabeele

 
 
Reacties.