'Club Brugge wil nieuwe verdediger, maar zit met complex dossier'


Foto: © photonews 01 februari 2026 21:00

Club Brugge onderzoekt de mogelijkheid om een nieuwe verdediger aan te trekken. De Belgische club volgt Lukas Pinckert, maar het dossier blijkt complex door contractuele voorwaarden en buitenlandse interesse.

Club Brugge heeft interesse in Lukas Pinckert

Blauw-zwart bekijkt een mogelijke transfer van Lukas Pinckert, de 25‑jarige centrale verdediger en aanvoerder van SV Elversberg. In Duitsland wordt gemeld dat Club Brugge de piste actief onderzoekt. De speler geldt als een vaste waarde bij zijn huidige club en heeft een belangrijke rol binnen de selectie.

Volgens Duitse berichtgeving bestaat er een clausule die pas vanaf komende zomer in werking treedt. Daardoor is een onmiddellijke overstap in de winterperiode niet vanzelfsprekend. De club moet rekening houden met de voorwaarden die Elversberg hanteert.

Meerdere clubs tonen interesse, maar dan voor een transfer in de zomer. Daarnaast zou er een clausule bestaan die pas vanaf de zomer van 2026 geldig is. Daardoor is een transfer in de huidige wintermercato enkel mogelijk wanneer Elversberg bereid is zijn kapitein midden in het seizoen te laten vertrekken via een transfersom.

Vertrek van de kapitein?

Volgens Philipp Hinze van Sky Sport bedraagt de clausule twee miljoen euro vanaf de zomer van 2026. Omdat die nu nog niet van kracht is, moet een eventuele transfersom worden onderhandeld. Een vertrek tijdens het seizoen vereist doorgaans een hoger bod of een duidelijke wens van de speler om te vertrekken.

Pinckert staat niet alleen op de radar van Club Brugge. Meerdere Bundesliga-clubs volgen zijn ontwikkeling, waarbij Hoffenheim eerder al werd genoemd. De aanwezigheid van Duitse interesse verhoogt de concurrentie en kan de onderhandelingen beïnvloeden.

Elversberg moet afwegen of een winterse transfer sportief haalbaar is. De club bevindt zich midden in het seizoen en een vertrek van de aanvoerder kan gevolgen hebben voor de stabiliteit van de ploeg.

Bjorn Vandenabeele

 
 
Reacties.