Ivan Leko onthult van welke ploeg hij het meest onder de indruk is, Vanaken baalt na Anderlecht

Foto: © photonews
Club Brugge deed zondagavond een gouden zaak in de titelstrijd door met 1-3 te winnen op het veld van Anderlecht. Door het puntenverlies van Union prijkt blauw-zwart nu helemaal bovenaan in de Champions' Play-offs. Maar Ivan Leko is vooral beducht voor... zijn ex-club.
Ivan Leko keek na afloop al meteen vooruit naar de volgende opdracht. Komend weekend ontvangt Club Brugge namelijk STVV, en de Kroaat verwacht allesbehalve een eenvoudige avond.
Opvallend genoeg strooide Leko zelfs met lof richting de Limburgers. “Na ons vind ik STVV het best voetballende team van België”, verklaarde hij. “Ze zijn ook het tweede best aanvallende team van het land. Ze hebben automatismen, veel beweging en een goede coach.”
De Club-trainer verwees daarbij ook naar het verleden van STVV als springplank voor Japanse talenten. “We vergeten soms dat spelers als Daichi Kamada, Takehiro Tomiyasu en Wataru Endo daar gespeeld hebben”, aldus Leko. “Dat zegt genoeg over de kwaliteit die daar rondloopt.”
Vooraleer alle focus op STVV gaat, wilde Leko eerst nog genieten van de topperwinst in Brussel. “We moeten nu even de emoties eruit laten en opnieuw opladen”, klonk het. “Vanaf morgen gaat alle aandacht naar zaterdag.”
Vanaken: "Het had 0-5 moeten staan"
Ook kapitein Hans Vanaken straalde na afloop tevredenheid uit. De middenvelder speelde zijn 560e wedstrijd voor Club Brugge en had bijna een absoluut hoogtepunt achter zijn naam gekregen met een magistrale assist met een hakje om Tzolis te lanceren.
“Bijna de assist van het seizoen”, lachte Vanaken. Zijn heerlijke hakje bereikte Christos Tzolis, maar die slaagde er niet in om af te werken. “Dat was jammer, want het had echt een prachtige goal geweest”, aldus de captain.
Vanaken vond wel dat Club Brugge de wedstrijd veel vroeger had moeten beslissen. “Na tachtig minuten moet het eigenlijk 0-5 staan”, zei hij scherp. “We creëerden genoeg kansen via onder meer Tzolis en Romeo Vermant. Dan mag het nooit nog spannend worden.”
Johan Walckiers








