Meubelstuk in de JPL neemt afscheid, maar moest toch even slikken

Foto: © photonews
Mathieu Maertens (31) zwaait OH Leuven uit. Na jaren van trouwe dienst scheiden de wegen van de middenvelder en de Vlaams-Brabanders.
Maertens kwam in 2017 over van Cercle Brugge, zijn jeugdclub. Het zou het begin zijn van een succesverhaal voor beide partijen. Bij OHL groeide Maertens uit tot kapitein en een belangrijke schakel op het middenveld.
Maertens moest even slikken
Maertens heeft een aflopend contract en dat wordt niet verlengd. OHL maakte het nieuws zelf bekend. Maertens zit aan 254 optredens voor OHL. Daarin scoorde hij 48 goals en deelde hij 23 assists uit.
Maertens was op de hoogte, maar moest toch even slikken. "Ik wist al een paar weken dat er geen vervolg zou komen", vertelt hij aan Het Nieuwsblad. "Eerlijk, dat had toch wat tijd nodig om verwerkt te geraken."
Van Wijk wilde hem
"Je weet dat ooit het moment komt om afscheid te nemen. Als je er dan plots zo dicht bij staat, is het toch even denken van Ow, oké. Het voelt vreemd, inderdaad", geeft Maertens toe. Waarna hij zijn toenmalige overstap naar OHL verklaarde.
"Het was Dennis van Wijk die me vroeg of ik een transfer zag zitten. Hij had me bij Cercle Brugge een tijd als speler gehad en wilde me er absoluut bij met overtuigende argumenten."
De promotie was het hoogtepunt
"Ook het feit dat Monaco in die periode Cercle Brugge had overgenomen en er zich daar grote wijzigingen aankondigden, speelde mee in mijn beslissing. Maar het seizoen in tweede klasse was amper begonnen, drie matchen ver waren we denk ik, of Van Wijk werd bij Leuven ontslagen..."
Maertens kiest ook een hoogtepunt. "De promotie in 2020 is sowieso voor mij het hoogtepunt van die negen seizoenen. Ook dat ene seizoen dat we heel lang in de top vier meedraaiden, met Brys aan het roer, vergeet ik nooit."
Alle opties blijven open
Maertens is nu vrij om te tekenen waar hij wil. Op zijn 31e lijkt hij nog heel wat te bieden te hebben op het hoogste niveau. "Alle opties blijven open", zegt hij er zelf over.
Lorenz Lomme








