Willy Sommers, Anderlecht-fan en grote supporter van zoon Luka bij Dender: "Ik had ook prof kunnen worden"

Foto: © Voetbalkrant.com
Dit weekend staat Anderlecht-Dender op het programma. Leuk om eens iets anders te doen aangezien Anderlecht-fan Willy Sommers een voetballende zoon heeft bij Dender. De Vlaamse charmezanger opende de deuren voor ons en gaf een kijk in zijn eigen voetballende verleden: "Ik had prof kunnen worden."
Willy, ben jij een echte Anderlecht-fan?
Ja, maar... Als kind was ik eigenlijk supporter van Standard. Dat kwam door die Panini-plakboekjes. Mijn papa was een geweldige RSCA-fan, altijd met sjaal en muts in paars-wit, en ik ging met hem mee naar de voetbal. Mijn voetbalidolen waren echter vooral spelers van Standard: Christian Piot, Nico Dewalque, Wilfried Van Moer… ik had plakboeken vol! Toch ging ik op zondag ook naar Anderlecht, met sjaal en muts. Heel vreemd, want diep vanbinnen bleef ik Standard-supporter.
Maar nu ga je nog naar Anderlecht?
Ja, ik ben supporter hoor. Als ik de kans heb, vooral als ze Europees spelen in de week, ga ik wel. Of ik ga mee met iemand, of ik word uitgenodigd door Marc Coucke. Al zit ik liever in de tribunes en niet in de VIP.
Je werd al verschillende keren naast Marc Coucke gezien.
(lacht) Ja, dat was op uitnodiging van iemand anders. Ik passeerde in de VIP en Marc begon 'Als een leeuw in een kooi' te zingen. Hij zei dat ik naast hem moest komen zitten en zo gebeurde... 't Is wel lachen met Coucke naast je.
Jij bent dus eigenlijk fan van veel clubs?
Ja, de laatste twee-drie jaar heb ik ook veel sympathie gekregen voor Union. Daar ben ik ook al een paar keer geweest. Dat stadion! Wat een sfeer! Ik ken Philippe Bormans, de CEO, van bij een optreden van mij. Hij zei toen dat ik eens moest komen kijken. Zo is het leven. Ik ga graag naar alle matchen.
Je speelde zelf ook voetbal. En niet slecht, hebben we ons laten vertellen...
Ja, ik voetbalde bij Itterbeek, die toen in eerste provinciale zaten, van miniemen tot juniors. Toen ik zestien was, kreeg ik de kans om in de eerste ploeg te spelen. Ik was een goeie voetballer, maar ondertussen begon ik ook muziek te spelen. Mijn trainer zei toen: “Manneke, toch… nu gaat hij zijn voetbalcarrière opgeven om op een gitaar te tokkelen.” En ja, ik heb die keuze gemaakt, en dat was geen slechte beslissing hé.
Wat voor speler was je?
Blijkbaar een goeie. Ik zat op het Sint-Niklaas Instituut, waar veel spelers ontdekt zijn: Vercauteren, Jurion... Op de pleintjes rond die school werd er altijd gevoetbald en de coaches van Anderlecht kwamen er scouten. Ik werd ook opgemerkt ja en ik heb zelfs een test gedaan waarvoor ik slaagde. Maar naar Anderlecht... dat lag moeilijk. Mijn vader had een tweedehandsgarage en kon me geen drie-vier keer naar de training voeren.
Zou je het gemaakt hebben als prof denk je?
Ja, ik denk het wel. Ik was echt goed. Dat zeggen de mannen die met mij gespeeld hebben of die me zien voetballen hebben toch. Ik was een centrale middenvelder, een spelverdeler, een nummer 10 met techniek en passing. Goals scoren deed ik niet veel, vooral assists. Ik heb ook nog een tijdje in een ploeg in het katholiek sportverbond in Vlezenbeek gespeeld en daar was ik wel een vedette en scoorde ik veel (lacht).
Jij had het voor spelers als Jurion en Puis hé?
Met Jef Jurion heb ik nog altijd contact. Hij woont in Knokke en als ik daar ben, belt hij me vaak om samen naar zijn stamcafé te gaan. Via hem heb ik destijds ook een appartement gekocht. Jef was actief in vastgoed, maar deed daarnaast nog veel andere zaken. Het appartement dat ik kocht, stond vroeger op de plek van een hotel.
Hij stelde me een investering voor en zei: “Willy’tje, als je zin hebt om te investeren in Knokke, heb ik een project, maar je moet snel zijn, want je bent de laatste die in aanmerking komt voor een voorschot.” Uiteindelijk bleek ik de eerste te zijn die daadwerkelijk geld stortte om het oude hotel af te breken en de grond klaar te maken. Het was echter een gouden zaak: het appartement aan het Casino is nu enorm in waarde gestegen en bevindt zich in de buurt van Le Réserve.
Voetbal is nu vooral verbonden met je zoon Luka zeker, die bij de beloften van Dender speelt.
Ik was een middenvelder, hij is een centrale verdediger. Maar net als ik zal hij nooit een zware fout maken. Hij is heel respectvol op het veld, maar hij laat zich ook nooit doen. Als zij hem pakken, pakt hij terug. Ik zeg hem dan altijd: 'Doe dat niet, want daar komt miserie van'. Hij is ook veel groter en breder dan ik. Hij doet ook nog powertraining.
Ga je altijd kijken?
Ik ga wel eens naar een training kijken, maar ik heb geen tijd om er altijd te zijn. Als ik ga kijken geeft dat meer stress dan zelf op het podium staan. Ik heb altijd schrik dat hij zich blesseert. Cindy, mijn vrouw, is er wel altijd. Voor elke match, voor elke training. Ik heb ook altijd schrik dat hij een fout maakt. Ik sta dan ook graag alleen, apart van de andere ouders.
Sjot jij nog eens met hem?
We sjotten af en toe nog samen in de tuin. We hebben daar een goal staan en hij kan echt goed keepen. Ik dacht zelfs dat hij keeper zou worden. Mijn vrouw zag dat minder zitten, omdat hij wel eens een trap tegen het hoofd zou kunnen krijgen. Maar hij kan het écht goed, hoor.
Hoop je dat hij zich volledig werpt op zijn voetbalcarrière?
We laten hem volledig vrij in wat hij wil doen. Wat je wel ziet bij Dender, is dat er vaak spelers uit het buitenland bijkomen en dat de eigen jeugd weinig kansen krijgt. Hij is bijna twintig en dan moet het stilaan beginnen te gebeuren. Wij voelen ook dat hij zelf het gevoel krijgt dat hij eens iets wil verdienen met zijn voetbal. Hij zegt dikwijls: "Papa, ik sta al van mijn vijfde op een voetbalveld en ik heb nog geen frank verdiend". Als hij bijvoorbeeld naar Eerste Amateur zou gaan, wordt hij toch al betaald.
Hij is ook heel serieus met zijn studies bezig. We probeerden een dubbelinterview te regelen, maar hij zit in zijn examens.
Hij heeft een topsportstatuut gekregen en studeert Vastgoed in Gent. Hij mag zijn drie jaar over vier jaar spreiden, maar dat is niet simpel. Vaak gaat hij rechtstreeks van school naar de training. Sportief is het ook een minder goed seizoen geweest, met eerst een enkelblessure, daarna een hamstring en nu een liesblessure. Maar hij zit nog in zijn groei.
Denk je dat hij ooit zal doorbreken in Dender?
Nee, we denken van niet. Toch ben ik dinsdag nog naar een training gaan kijken, het laatste kwartier. En ik heb hem dat ook gezegd: ik was fier op hem. De manier waarop hij zich inzet, hoe hij beweegt, van links naar rechts speelt en hoe snel alles gaat, dat was echt indrukwekkend.
Luc Van Thillo wou hem al bij Lierse?
Er is in het verleden al interesse geweest, onder meer van Lierse. Ik moest optreden voor Luc in Lier en ze hadden hem gescout. Hij mocht daar komen spelen, maar praktisch was dat moeilijk. De afstand, zijn studies in Gent en meerdere trainingen per week maakten het niet haalbaar. Op kot gaan was geen optie. We hebben hem daarom op zijn achttiende een auto gekocht, zodat hij alles kon blijven combineren en elke dag naar huis kon komen.
Hij is er echt wel mee bezig?
Hij leeft echt voor zijn voetbal, ook naast het veld. Op vlak van voeding en recuperatie is hij heel strikt. Mijn vrouw Cindy speelt daar een grote rol in: pannenkoekjes klaarmaken, chocomelk inschenken, dat hoort er allemaal bij.
Johan Walckiers








