Nicky Hayen reageert op uitspraken van Bart Verhaeghe én Dévy Rigaux: "Halve waarheid"


Foto: © photonews 10 maart 2026 12:00

Nicky Hayen, coach van KRC Genk en eerder ontslagen bij Club Brugge, blikt terug op zijn periode bij de West-Vlaamse topclub. In een openhartig gesprek met HUMO reageert hij op enkele uitspraken van voorzitter Bart Verhaeghe. Hij gaat ook in op de keeperskwestie rond Mignolet en Jackers.

Verhaeghe zei dat Hayen vooral dankbaar moest zijn aan Club Brugge. “Bart weet heel goed hoe dankbaar ik Club Brugge ben. Ik heb hem dat meermaals gezegd, en ook in interviews heb ik het vaak herhaald. Intern heeft hij zijn waardering jegens mij wel degelijk uitgesproken. Ik til dus niet zwaar aan die uitspraak, ik wijt ze aan de emoties van het moment. Maar is het jammer? Ja, natuurlijk. Daarmee is voor mij de kous af", zegt Hayen.

Hayen heeft geen erkenning nodig

Toen hij het eerste elftal onder zijn hoede kreeg, leek hij al op weg naar de uitgang als trainer van Club NXT. “Ik had álles te verliezen. Als ik het niet tot een goed einde had gebracht, had ik geen job meer: naar Club NXT kon ik niet terug", vertelt Hayen. 

Na de halve finales van de Conference League wees Verhaeghe erop dat een trainer bij Club Brugge slechts een passant is in het sportieve raderwerk. Hayen maakt zich daar weinig druk in. “Ik heb die erkenning niet nodig. Ik gun anderen – voorzitter, management, spelers, staf, medewerkers – liever de credits voor het succes dan dat ik het op mijn conto schrijf. Misschien verklaart dat waarom ik zoveel mensen meekrijg in mijn verhaal: ik gun de mensen achter de schermen het licht in de ogen.”

Mignolet-Jackers

De beslissing om Simon Mignolet en Nordin Jackers afwisselend te laten spelen, kreeg veel aandacht. Volgens Hayen is het verhaal complexer dan vaak wordt voorgesteld. Dévy Rigaux beweerde dat het een beslissing van Hayen was.

“Dat is maar de halve waarheid. Heel veel mensen weten hoe de vork in de steel zit, ook bij Club Brugge. Maar de belangrijkste vraag is niet gesteld: waarom?” 

Johan Walckiers

 
 
Reacties.