Waarom Club Brugge ineens het grote voorbeeld is geworden voor alle clubs die willen bouwen

Foto: © photonews
Het Belgische profvoetbal zit midden in een opvallende bouwgolf. Liefst zeventien van de 24 profclubs zijn momenteel bezig met bouwen, plannen maken of hebben net grote infrastructuurwerken afgerond.
In totaal gaat het om investeringen van minstens 330 miljoen euro, een bedrag dat ruim boven de transferuitgaven van dit seizoen ligt. Het grootste deel van dat budget vloeit naar nieuwe of vernieuwde stadions. Club Brugge, Union Saint-Gilloise en Sporting Charleroi mikken op nieuwe arena’s, terwijl Antwerp recent nog een nieuwe tribune in gebruik nam. Ook RAAL La Louvière beschikt al over een gloednieuw stadion.
Trainingscomplexen zijn cruciaal
Daarnaast wordt er massaal geïnvesteerd in trainingscomplexen. Zo bouwen clubs als KRC Genk en Cercle Brugge aan nieuwe infrastructuur voor hun eerste ploeg en jeugdwerking. In totaal werken een twaalftal clubs aan moderne oefencentra.
Ook kleinere clubs springen mee op de kar. OH Leuven, KV Kortrijk en Sint-Truiden VV investeren stevig, terwijl zelfs Lommel SK – met hulp van City Football Group – een nieuw complex neerzette dat bijna evenveel kostte als hun jaarinkomsten.
Volgens sporteconoom Wim Lagae is de reden duidelijk. “Spelers zijn huurlingen die komen en gaan, maar infrastructuur blijft en behoudt zijn waarde”, legt hij uit in Het Nieuwsblad. Clubs kiezen steeds vaker voor een model waarin ze investeren in hun eigen fundamenten.
Club Brugge Base Camp is hét voorbeeld
Daarbij ligt de focus meer en meer op jeugdontwikkeling. “Je betaalt geen transfersom voor eigen jeugd en kan er later nog geld aan verdienen”, zegt Lagae. “Die investeringen verdienen zichzelf terug.” Het succes van het Basecamp van Club Brugge geldt daarbij als voorbeeld voor de rest van het land.
Ook overheden spelen een rol in de bouwwoede, via subsidies en samenwerkingen. Bovendien is de terugverdientijd korter geworden. “Vroeger was dat onzeker, maar vandaag zie je dat jonge spelers snel veel geld kunnen opbrengen”, aldus Lagae. Moderne infrastructuur is zo niet alleen een sportieve, maar ook een strategische investering geworden.
Johan Walckiers








