Louis Patris trekt met duidelijk plan naar Lotto Park: "Hij is ook een beetje gek"


Foto: © photonews 30 november 2025 14:00

Louis Patris kijkt vooruit naar de wedstrijd tegen Anderlecht en blikt terug op eerdere ervaringen bij de club en in Europese duels. En hij heeft een duidelijk plan.

Europese ervaringen

De verdediger van Union Saint-Gilloise zit nog altijd op de vibe van de uitwedstrijd tegen Galatasaray. “Het was echt een uitzonderlijke avond: men vertelde mij dat ze al 34 thuiswedstrijden ongeslagen waren… en wij gingen daar winnen!”, klinkt het bij de RTBF. De sfeer in het stadion was volgens hem indrukwekkend en zelfs vanaf de bank nauwelijks te negeren.

Hij gaf aan dat de ambiance hem deed denken aan eerdere topduels in België. “Het sterkste in mijn herinneringen was een Standard-Anderlecht… maar dinsdag was het echt waanzinnig. Voor zulke ambiances speel je voetbal!” Daarmee benadrukte hij dat dergelijke omstandigheden voor hem een belangrijke motivatie vormen.

Relatie met Anderlecht en andere clubs

Tijdens zijn periode bij Anderlecht had Patris vooral contact met jonge spelers. Hij omschrijft zichzelf als eerder terughoudend en iemand die zijn eigen weg volgt. Volgens hem heerst er bij Anderlecht een meer individualistische mentaliteit.

Hij gaf aan dat hij zich beter thuis voelt in clubs met een familiale sfeer, zoals OHL, Sint-Truiden en nu Union. Omdat hij bij Anderlecht weinig speelminuten kreeg, bouwde hij er geen sterke band op.

Vooruitblik op het duel

Patris kijkt uit naar de confrontatie in het Lotto Park en verwacht een ontmoeting met een oude bekende. “Maar zondag ga ik Adriano Bertaccini, die ik ken van Sint-Truiden, een beetje plagen”, gaat hij verder. Hij benadrukte dat hun band goed is gebleven en dat hij hem als een sterke speler beschouwt.

Over zijn voormalige ploegmaat voegde hij nog het volgende toe. “Zonder dat hij het wil, is hij ook een beetje gek: soms schakelt zijn brein uit en doet hij rare dingen. Maar als hij rustig blijft, is hij een toffe kerel”, besluit Patris.

Bjorn Vandenabeele

 
 
Reacties.