"Meer moet ik niet zeggen": Vanhaezebrouck maakt de rekening van de vorige bondscoaches

Foto: © photonews
Hein Vanhaezebrouck blikt terug op de werking van eerdere bondscoaches. Hij verwijst naar momenten waarop volgens hem kansen onbenut bleven en voorbereiding onvoldoende werd benut.
Ongebruikte voorbereidingstijd
Het Nieuwsblad vroeg in een eindejaarsinterview of Wilmots, Martinez en Tedesco gefaald hebben als bondscoach van de Rode Duivels. Vanhaezebrouck haalt een voorbeeld aan uit het WK 2014 om zijn punt te illustreren, toen Wilmots bondscoach was.
“Oranje moet meteen bij het begin van het toernooi al aan de slag, terwijl België een handvol dagen later zijn eerste match speelt. Van Gaal sakkert dat hij daardoor een nuttige trainingsweek miste, waarin hij zijn groep tactisch had kunnen voorbereiden. Wat doet onze bondscoach? Klagen dat hij niet goed weet hoe hij die extra dagen moet invullen… Meer moet ik niet zeggen”, aldus de analist.
Op de vraag of de vorige bondscoaches tekortschoten, reageerde hij ontwijkend maar duidelijk richting de kern van zijn kritiek. “Ik denk zoals Van Gaal. Net in die drie-vier weken voorafgaand aan een groot tornooi kan je grondig werken met een nationale ploeg. Gebruik die dan maximaal. Het resultaat kan je verschillende jaren meedragen.” België heeft dat volgens Vanhaezebrouck onvoldoende benut, omdat we niet de juiste mensen hadden.
Hij verwijst naar het belang van structuur en intensieve voorbereiding, los van de individuele kwaliteiten van de spelersgroep. De nationale ploeg had volgens hem meer kunnen halen uit de beschikbare tijd.
Presteren zonder sterren
Vanhaezebrouck nuanceert zijn kritiek door te wijzen op voorbeelden van teams die zonder absolute toppers ver geraken. “Ik zeg er wel bij dat je ook met jongens zonder wereldklasse een team kan smeden dat heel ver kan geraken.” Hij verwijst naar Kroatië dat een WK-finale haalde met spelers die in hun nationale competitie voetbalden.
Bjorn Vandenabeele








